(Soort document: Z. Paus Johannes Paulus II - Toespraak)
Paus Johannes Paulus II - 14 mei 1985
![]() |
|
Deze site is er voor u,
|
► Design: © Jaimy Dix Reclamebureau
► Techniek: © InterBrug
|
Vanuit documenten:
Vanuit dossiers: |
| Pagina delen: |
Paus Johannes Paulus II - 14 mei 1985
|
Terwijl ik U groet met de betuiging van mijn eerbiedige en broederlijke hoogachting, gaan mijn gedachten aan het begin van dit onderhoud met u spontaan uit naar de twee grote bisschoppen, met wie de kerk in Nederland verbonden is door diepe en onverbrekelijke banden.
De eerste van deze uitmuntende mannen heette Servatius. Hij had het charisma van de kerkstichters, die de grond rijp maken voor het zaad en de fundamenten leggen voor het bouwwerk. Hij kwam van verre om zich in onbekende landstreken te wijden aan een zending, waarvan hij zich geen voorstelling kon maken. Uit zijn bisschoppelijke dienst komt zo een aspect naar voren, dat, hoe dan ook, niet mag ontbreken in het dienstwerk van een bisschop: het besef gezonden te zijn, ofwel de volledige bereidheid om naar een werkterrein te gaan, dat men als het eigen arbeidsveld aanvaardt, ook al lijkt het een vreemd gebied te zijn, omdat het getekend is door secularisme en ontkerstening. Grote delen van Europa worden missiegebieden die van de bisschoppen een edelmoedige missionaire geest vragen. Zij mogen het zich niet gemakkelijk maken in de warmte van het bisschopshuis, maar moeten naar de mensen toe gaan om hun de Blijde Boodschap van het heil te brengen. Zo is het profiel van de herder, dat Servatius voorhoudt aan de bisschoppen van deze tijd. Uit de biografische gegevens en uit betrouwbare historische berichten rijst de figuur van deze herder op, verwikkeld in de harde strijd, welke in de Kerk ontbrand was door de ketterij van het arianisme. In de moeilijkste ogenblikken van de strijd voor het geloof bleef hij trouw aan de grote Athanasius. Hij herstelde zich snel van enige ogenblikken van aarzeling en van verminderde kracht en helderheid, en bevestigde zijn bereidheid om met volkomen duidelijkheid de leer van de Kerk te verkondigen en te verdedigen. Is het niet waar, dat zijn getuigenis nog al zijn kracht heeft bewaard na ruim vijftien honderd jaar vanaf de tijd, waarin Servatius leefde? Welke bisschop voelt niet, dat hij van hem moet leren om waakzaam, duidelijk en precies te zijn in het uiteenzetten en verdedigen van de geopenbaarde waarheid, waarvan de Kerk de behoedster is? En welke bisschop zal niet uit het voorbeeld van deze medebroeder uit vroegere tijden nieuwe moed willen putten voor het vervullen van de taak om het ware geloof ten volle en in heel zijn zuiverheid te verkondigen? |
||